Historische vaarroutes Oostzaan

Corona nieuws

De enige beperking tijdens het varen is het houden van 1,5m afstand, behalve voor personen die een gezamenlijk huishouden vormen, voor personen met een handicap of hun begeleiders, voor kinderen t/m 12 jaar en voor jongeren onder de 18 t.o.v. elkaar.

Route #10

Historische vaarroutes Oostzaan

Zes routes variërend van een half uur tot vijf kwartier varen langs historische elementen van de oude banne Oostzaan. De routes kunnen eenvoudig gecombineerd worden tot een dagtocht. Voor het navigeren kan gebruik worden gemaakt van de bijgevoegde kaart of van de Google-Maps versie van de routes. De bruggetjes onder het Noordeinde en Zuideinde zijn nogal laag en derhalve alleen geschikt voor lage bootjes en sloepjes zonder opbouw. Lees verder of ga direct naar de beschrijving van:
Turfstekende boeren en vissers in het laagveen, H.W. Schweickhardt 1780

Download de gedetailleerde kaart met beschrijving van de route. Geschikt om uit te printen.

De route is ook te volgen op je telefoon via Google Maps. Handig bij het navigeren.  

Tip: zet de “satellite view” aan, dan zie je alle slootjes.

Download de gedetailleerde kaart met beschrijving van de route. Geschikt om uit te printen.

De route is ook te volgen op je telefoon via Google Maps. Handig bij het navigeren.  

Tip: zet de “satellite view” aan, dan zie je alle slootjes.

De Banne Oostzaan

De historie van Oostzaan gaat terug naar de ontginning van het immense veengebied dat vroeger grote delen van Nederland bedekte (Zie onder Eens heel lang geleden… voor meer informatie). In de 11ᵉ-13ᵉ eeuw werd dit veen ontgonnen. Het werd ontwaterd door het graven van kanalen en slootjes. Hieraan dankt Oostzaan zijn kenmerkende landschap met evenwijdige slootjes en lange smalle eilandjes; een strokenverkaveling. Het veen werd ontgonnen in grote blokken vanuit een ontginningsbasis en elk blok had zijn eigen oriëntatie van deze slootjes. Oostzaan is ontgonnen vanuit het westen, waar het hogere Kennemerland ligt en is een lintdorp langs een wegsloot, een gouw. De slootjes lopen meestal oost-west, behalve in het noordelijk deel, langs De Haal, dat deel uit maakte van een ander blok. Er zal in Oostzaan zeker turf zijn gewonnen door afgraving en uitbaggeren van het veen, maar niet zoveel dat ook de smalle akkertjes verdwenen zoals bijvoorbeeld bij Vinkeveen. Turf was vroeger heel belangrijk als brandstof.

Reeds in 1306 wordt er melding gemaakt van een dorp “Oostsaenden”.  Dat maakte toen nog deel uit van Waterland, dat van de Zuiderzee tot aan de Zaan liep en beschermd werd tegen het water van de Zuiderzee en het IJ door een zeedijk. Vanaf 1588 werd met de aanleg van de Luijendijk een zelfstandige polder Oostzaan gecreëerd, met daarin behalve Oostzaan ook de toenmalige buurbanne Oostzaandam.

Oostzanerveld en Oostzaan, A. Loosjes, 1794
Tekening Oostzanerveld richting kerk, circa 1794
Oostzanerveld en Oostzaan, A.Loosjes, 1794

Al vroeg had Oostzaan haar eigen kerk, gebouwd op een terp die ten tijde van watersnood tot vluchtplaats kon dienen. Tijdens de tachtigjarige oorlog werd deze kerk vernietigd maar later weer opgebouwd. De huidige kerk stamt uit 1760. Rondom de kerk ligt de Kerkbuurt en de noordelijker en zuidelijker gelegen gebieden langs de gouw heten Noordeinde en Zuideinde. Het Noordeinde is verbonden met De Haal die hier schuin op aansluit. De Haal behoorde bij een ander ontginningsgebied dan de rest van Oostzaan. Aan het einde van het Zuideinde, langs de zeedijk, had zich een tweede centrum van activiteit ontwikkeld met een overtoom om boten over te halen en later een schutsluis tussen het stroompje Twiske en het IJ. Dit gebied was sterk georiënteerd op de scheepvaart, vooral in de Gouden Eeuw, en vanuit hier kon Amsterdam bereikt worden met de veerpont. De rest van Oostzaan was voornamelijk agrarisch georiënteerd, met veel pluimvee. Maar met een flair voor ondernemen: er waren stijfselmakerijen, traankokerijen, slachtbedrijven en ook Albert Heijn kwam uit Oostzaan.

Oostzaan heeft diverse veranderingen ondergaan. In 1625 werd de Noordgrens vastgelegd door de inpoldering van de Wormer. In 1806 werd de buurgemeente Oostzaandam door Zaandam ingelijfd en in 1848 werd er door het noordelijk deel van Oostzaan een spoorlijn aangelegd. In de jaren zestig werd langs de westgrens van de gemeente de snelweg naar Amsterdam aangelegd, als wel een tracé van hoogspanningsmasten. De inpoldering van de Twiskepolder aan het begin van de 20ᵉ eeuw nam een deel van het oude landschap weg aan de oostzijde en in 1966 verloor Oostzaan het gebied rond de Oostzaansche Overtoom en een deel van het Zuideinde aan de gemeente Amsterdam met de bouw van de ringweg. De vaarroutes geven een beeld van deze veranderingen.

Tekening Het Dorp Oostzaanen, ca 1792
Kerkbuurt Oostzaan, circa 1920
Oude z/w foto Kerkbuurt Oostzaan met jongens op brug
Kerkbuurt Oostzaan, circa 1920

1.  Rondje Noordeinde en Oostzanerveld

De route begint bij de biksteenmolen De Vlijt. Een kleine bovenkruier met stampers voor het tot gruis malen van steen, o.a. voor het maken van schuurpapier. Gebouwd iets voor 1900 in Zaandam en in 1945 verplaatst naar Oostzaan. Eind jaren vijftig kwam de molen naar de huidige locatie op een klein eilandje langs de ringvaart van de Twiskepolder. De molen was lang in slechte staat van onderhoud en in 2017 ook zwaar beschadigd door een storm. Met vereende krachten is de restauratie aangevangen en in mei 2020 kreeg de molen zijn wieken terug en ziet er weer fantastisch uit.

De vaarroute loopt in noordelijke richting langs de ringdijk van de Twiskepolder. Vroeger liep het kenmerkende patroon van evenwijdige slootjes en smalle eilandjes ook aan de rechterkant door. Daar lag het meer uitgeveende en waterrijke deel van Oostzaan langs het stroompje De Twisk. Er was hier economisch gezien niet veel te halen en lang speelde het idee om het in te polderen. In 1941 werd het gebied onteigend en de aanleg van de ringdijk gestart als werkverschaffingsproject. Het was niet echt een succes, vooral niet nadat er voor de aanleg van de Coentunnel veel zand gewonnen was en de nieuwe polder last kreeg van zoute kwel. Lang lagen grote delen erbij als wildernis. Uiteindelijk werd het gebied verder opgehoogd en tot een natuur en recreatiegebied gemaakt; het huidige ‘t Twiske.

Aan de linkerkant van de route is te genieten van een fraai stukje Oostzaan. Bij een splitsing gaan we naar links. Vanaf dit punt totdat de snelweg wordt bereikt volgen we de routebordjes van het Sloepennetwerk. Dit brengt ons naar het Noordeinde en we gaan onder de ophaalbrug door.

Tekening, Biksteenmolen de Vlijt
Biksteenmolen De Vlijt.  Door C.J.Dral 1986.

Welkom op het Oostzanerveld, een fraai voorbeeld van een veenontginningslandschap met de kenmerkende evenwijdig lopende slootjes en smalle eilandjes met dras grasland en rietkragen. Nu is het een veenweidegebied, maar vroeger is hier ook akkerbouw geweest met o.a. graan. Door de diepe ontwatering die hiervoor nodig is daalde het land erg snel omdat het veen veraarde en inklonk. Hierdoor moest de waterstand weer verder verlaagd worden en zo ging dat maar door. Het is moeilijk voor te stellen maar het oorspronkelijke veenniveau lag enkele meters hoger dan nu!

Tegenwoordig wordt het waterpeil hoog gehouden om deze daling binnen de perken te houden en is het gebied alleen geschikt voor extensieve veeteelt, grasland of moerasbosjes, de oorpronkelijke vegetatie hier. Het is het domein van de vaarboeren met hun platte schuiten met landingsklep aan de voorkant waarin zowel een tractor, vee als hooi passen. Het Oostzanerveld is een ideaal broed- en foerageergebied voor weidevogels zoals de grutto en de kievit.

Vele eeuwen lang was het uitzicht over het veld twee keer zo weids als nu. Maar in de tweede helft van de vorige eeuw begon een sterke uitbreiding van Zaandam en de vroegere buurgemeente Oostzaandam werd opgeslokt en volgebouwd met (soms wel erg) grote flats die vanaf ver zichtbaar zijn. En er werd op de rand van deze bebouwing een snelweg aangelegd met daarnaast een tracé met hoogspanningsmasten. De restanten van het Oostzanerveld zijn nu een beschermd gebied en maken deel uit van een Natura2000 gebied, tezamen met het Ilperveld en Varkensland. Halverwege het Oostzanerveld kan van de route worden afgeweken en over de Dorssloot worden gevaren. Zie de beschrijvingen hieronder en ook de kaart.

Blijf de bordjes van het Sloepennetwerk volgen totdat de snelweg wordt bereikt, daarna niet meer! De route gaat dan naar links en blijft de snelweg volgen. Het is mogelijk om vanaf dit punt even door te varen naar de Jagersplas voor een duik, zie ook Vaarroute #1. Dit is aangegeven op de kaart met een stippellijn. Probeer niet om zomaar een andere sloot in te varen want je zit zo in de modder.

Blijf de snelweg volgen in zuidelijke richting. Als rechts een doorgang onder de snelweg zichtbaar is kan van route veranderd worden. Daar begint namelijk de route over de Watering. Blijf anders doorvaren langs de snelweg. Vooral in het broedseizoen zijn er boven het veld veel vogels te zien. Even voorbij het benzinestation aan de snelweg wordt linksaf geslagen, de Roemersloot in om het Oostzanerveld weer over te steken. Aan het einde van de sloot, net voor het Noordeinde, ligt een aantal wit geschilderde woonboten.

Affische Stijselfabriek De Arend
Stijfselfabriek De Arend aan het eind van het Westerstijselmakerspad

Deze liggen langs het Westerstijfselmakerspad, een overblijfsel uit de Gouden Eeuw toen hier diverse stijfselmakerijen waren gevestigd die stijfsel van tarwe maakten. Stijfsel was een gevraagd product, niet alleen voor het stijven van kleding, maar ook nodig in de weverijen van katoen en linnen. De Roemersloot was in tegenstelling tot vele andere sloten in het gebied nog niet vervuild door de talloze traankokerijen uit die tijd en schoon water was belangrijk voor het fabricageproces. Het waren veelal kleine fabriekjes met ploegen van vijf man. Geen makkelijke arbeid: beginnen om 4 of 5 uur ‘s ochtends en doorwerken tot 7 uur ’s avonds! De gemalen tarwe werd met water vermengd en tot gisting gebracht om de gluten te verwijderen. De zemelen werden er uitgefilterd en uiteindelijk bezonk het zetmeel dat gedroogd werd en als stijfsel verkocht. Wat er overbleef van het verwerken vond goede afzet in de pluimveemesterijen waarvan Oostzaan er altijd vele had.

Oorspronkelijk zal voor het maken van stijfsel graan van lokale productie zijn gebruikt, maar toen akkerbouw door het inklinken van de akkers steeds moeilijker werd, is hier geïmporteerd graan voor gebruikt. Er was in de Gouden Eeuw een levendige handel met de landen rond de Oostzee die behalve hout voor de scheepsbouw ook graan konden leveren. Aan de Oostzaansche Overtoom (zie hieronder) werd het graan overgeslagen vanaf zeeschepen. Tegen het eind van de 19ᵉ eeuw werd het graan veelal vervangen door mais.

Varend langs de woonboten wordt onder de brug van het Noordeinde doorgegaan. Dit is de laagste brug van alle routes uit deze serie dus als dat lukt, lukken de andere ook. Varend door een moderner deel van Oostzaan wordt weer de ringvaart bereikt.

Hinne Terpstra, Oostzijderveld, 1988
Aquarel van het Oostzijderveld, Hinne Terpstra, 1988
Hinne Terpstra, Oostzijderveld, 1988

2.  De Dorssloot

De route over de Dorssloot begint halverwege het rondje Noordeinde/Oostzanerveld. Het is belangrijk niet van de route af te wijken en goed het midden van het vaarwater aan te houden. Modder en waterplanten liggen op de loer. Gebruik de Google-Maps versie van de route als hulp bij de navigatie.

Om de Dorssloot te bereiken volgt u de route onder de spoorlijn door. Deze lijn van Zaandam naar Purmerend en Hoorn werd aangelegd in 1864. De Oostzaner Jan de Jongh citeert in zijn werkstuk “Verbindingspaden door het veen” daar nog het verhaal over hoe de aannemer van dit tracé blijkbaar niet zoveel in veengebieden had gewerkt. Na het met de hand (!) opwerpen van een dijklichaam moest de man constateren dat de dijk een paar dagen later grotendeels was weggezakt en dat de sloten erlangs waren dichtgedrukt. Al doende leert men en in 1973 is de spoorlijn zelfs verdubbeld. Als voorwaarde voor de aanleg van het tracé over haar grondgebied had Oostzaan bedongen dat er ook een station zou worden aangelegd.

Dat is ook gebeurd en het station lag vlakbij De Haal van Oostzaan. Het station lag niet erg gunstig voor de inwoners  en werd niet veel gebruikt. Het werd in 1931 gesloten en in de jaren ’80 afgebroken.

Ga onder het spoorbruggetje door en kom in het gebied van de Dorssloot. De hoofdroute loopt naar rechts, maar er kan even linksaf op en neer gevaren worden naar de molen de Windjager. Een kleine stellingmolen met acht kanten ingericht als zaagmolen. Het is een door Sopke Vergouw in 1978 gebouwde molen die geen bedrijfsmatig doel had. Oorspronkelijk stond de molen dichter bij Zaandam, maar is in 1961 verhuisd naar zijn huidige eilandje. Probeer niet te dicht bij de molen te komen. Er wordt hier weinig gevaren en er is blubber en waterplanten.

Molen de Windjager
De Windjager

Vanaf de molen kan even doorgevaren worden naar de Jagersplas voor een duik. Op de kaart is deze escapade aangegeven met een stippellijn. Daarna wordt er weer terug gevaren naar het bruggetje om de Dorssloot te volgen. Gebruik de Google-Maps versie van de route want vooral het eerste stukje van de Dorssloot is moeilijk te vinden.

Op de kaart is goed te zien hoe de oriëntatie van de sloten hier heel anders is dan die van het Oostzanerveld. Het is een ander ontginningsblok geweest, maar een groot deel hiervan is weggeslagen met het ontstaan van de Wijde Wormer, een groot meer dat in 1625, werd ingepolderd en een paar meter lager ligt dan het omringende veenlandschap. De ringdijk van de Wormer is links te zien, rechts loopt de spoorlijn.

Dorsen of dwarsweteringen zijn vroeger mogelijk veendijksloten geweest. Gegraven door ontginners aan de kopeinden van ontgonnen percelen. Met de modder die uitgegraven was werden dijkjes opgericht die het pas gewonnen land moesten beschermen tegen het water uit de nog niet ontgonnen, hoger gelegen venen.

Aan het eind van de route moet deze weer in omgekeerde richting worden afgelegd, tenzij er gevaren wordt in een heel laag bootje (ongeveer max. 70cm hoog) dat onder het zeer lage bruggetje van de “Laatste Zijsloot” door kan en de route langs De Haal worden gevolgd. Pas op, weinig bootjes nemen deze route en de blubber ligt op de loer.

Tekening van Station Oostzaan

3.  De Haal

Aan het begin van de tocht langs het Noordeinde en Oostzanerveld kan een omweg langs De Haal worden gemaakt. De Haal is een oud lintdorp dat deel uit maakt van Oostzaan. De omweg loopt eerst langs de ringdijk van de Twiskepolder. Rechts ligt het recreatiegebied ’t Twiske dat hier wat meer het karakter van het oude veenweidegebied heeft behouden. Langs de ringdijk wordt veel paardgereden. Links zien we de kenmerkende smalle veeneilandjes.

De route buigt naar rechts en de oriëntatie van de smalle slootjes verandert mee. Op de kaart is goed te zien dat deze eilandjes een andere oriëntatie hebben dan die in de rest van Oostzaan. Het gebied rondom De Haal maakte deel uit van een ander veenontginningsblok. In plaats van Oost-West, zoals in het Oostzanerveld, lopen de sloten hier schuin, Zuidoost-Noordwest.

Na enige tijd varen komt de route uit op het Twiske, de vroegere Den Twisck en gaat de route linksaf. Het Twiske is een voormalig veenstroompje en geeft de grens aan tussen de oude bannes Oostzaan en Den Ilp/Landsmeer. Twiskes komen wel meer voor en het betekent een scheidingswater. Ook Westzaan had vroeger een Twiske. Rechts van het Twiske ligt het Rietveld, een interessant gebied dat tussen wal en schip valt, of beter, tussen sloot en dijk viel. 

Het behoorde bij het grondgebied van Den Ilp maar lag aan de Oostzaanse kant van de Luijendijk. Op de oude kaart hieronder is te zien hoe deze situatie er toe leidde dat dit gebied geheel dichtgroeide met riet. De route op de kaart loopt tot aan de brug van de Oostzanerrijweg. Het is mogelijk wat verder door te varen maar de kwaliteit van het vaarwater is twijfelachtig.

Kaart Leupenius 1693, Twisker/Suzannesluisjes
Twisker- en Suzannasluisje, Leupenius, 1693

Vroeger was het Twiske een belangrijke transportroute. In het zuiden lag de Oostzaansche Overtoom als knooppunt voor de handel met Amsterdam en de Oostzee en in het noorden lag de markt van Purmerend en het Wormermeer. Mensen, goederen en vee werden over het Twiske getransporteerd. Van deze rol is nu weinig meer over. Eerst was er de inpoldering van de Wijde Wormer in 1625. Dit was niet in het voordeel van Oostzaan. Het grote meer werd gebruikt voor de visvangst, voor transport en als waterboezem, en dit viel opeens allemaal weg. Met de aanleg van een schutsluis in de ringdijk van de Wormer werd hier wat goedgemaakt voor Oostzaan. De sluis moest onderhouden worden door de ingelanden, de eigenaren van de grond, van de Wormer en Purmerend en die hebben herhaaldelijk geprobeerd om hier onderuit te komen. Uiteindelijk besliste de aanleg van de spoorlijn Zaandam-Purmerend in 1864 het lot van deze sluis, want die ging er dwars overheen.

 Er was nog een tweede sluisje, schuin op het eerste, die het Twiske verbond met de Westerveersloot in Purmerland. Purmerland maakte vroeger deel uit van de polder Oostzaan maar wou een lager waterpeil dan Oostzaan. Derhalve scheidde Purmerland zich af door de aanleg van een dijkje langs het Twiske, tussen de Luijendijk en de Wormer. Dit blokkeerde echter de toegang over het water tot de (vee)markt van Purmerend en daarom werd er een sluisje in aangelegd. Dankzij de sluis behield Oostzaan de verbinding met Purmerend en hij is lang in gebruik geweest.

Oostzaan heeft veel moeten vechten om ook deze sluis in goede staat te laten houden. Uiteindelijk is hij in 1968 opgevuld en werd er wat later langs het fietspad een informatiebord geplaatst met een gedenksteen “gelyt door Gerrit van der Horst” die mogelijk bij deze sluis hoorde. Zie de illustratie hierbovenvoor de situatie rond 1690. Beide sluisjes zijn zowel bekend als het Twiskersluisje en als het Suzannasluisje, een spraakverwarring die in oude documenten nog terug te vinden is.

Topografische kaart 1900
Topografische kaart 1900

4.  De Watering

De Watering is een belangrijk afwateringskanaal in de polder Oostzaan. In de middeleeuwen toen het veen dat bijna geheel Holland bedekte ontgonnen werd, lag het land hoger dan de zee en waren er natuurlijke waterlopen naar het IJ. Het is goed mogelijk dat zo’n veenriviertje aan de oorsprong van De Watering heeft gestaan. Als men bedenkt dat al het grondverzet in die tijd met de hand moest worden gedaan is het goed voor te stellen dat men zoveel mogelijk gebruik maakte van wat er in het landschap aanwezig was.

Met het dalen van het veen en het stijgen van de zeespiegel werd het steeds moeilijker om overtollig water van de polder op het IJ te lozen. Dat gebeurde bij eb, middels valdeuren is spuisluizen. De namen Noorder- en Zuidervaldeursloot herinneren hier nog aan. Uiteindelijk moest er bemaling komen en werd er in 1631 aan het eind van de Watering bij de Oostzaner Zeedijk een poldermolen gebouwd.

Tekening poldermolens Waker en Dromer Oostzaan/Watering door Jan Koeman
Poldermolens de Waker en de Slaper aan de Watering

Eén molen bleek niet genoeg en twintig jaar later kwamen er nog twee bij om het overtollig polderwater in het Barndegat te pompen, een water gevormd door een oude dijkdoorbraak dat in verbinding stond met het IJ. De molens stonden bekend als de Waker, de Slaper en de Dromer, hoewel ze alle drie even hard moesten werken. Oorspronkelijk waren ze voorzien van een scheprad, maar later werden de veel efficiëntere vijzels gemonteerd. Zo kreeg de polder Oostzaan de actieve controle over het waterpeil, mits het waaide natuurlijk.

 In 1906 kwam er een dieselgemaal. De molens zijn daarna afgebroken. De Watering lag vroeger vrij in het Oostzanerveld maar ligt nu ingesloten tussen de snelweg naar Amsterdam en de grote flats van Zaandam. Er is sinds 1994 een moskee langs de Watering. Aan het einde van de Watering, voorbij het fraaie bruggetje van het Weerpad/Kerkstraat en de jachthaven RS Watersport is nog het eilandje zichtbaar waarop vroeger de molens stonden. De Thorbeckeweg/Kolkweg loopt daar waar de meest zuidelijke molen stond. Zie onderstaande kaart voor de situatie in 1693.

De Polder Oostzaan, Kaartboek Leupenius, 1693
Kaart Leupenius 1693 Polder Oostzaan
De polder Oostzaan, Leupenius 1693

5.  Rondje Zuideinde en Zuidwestplas

De route begint bij de biksteenmolen De Vlijt, zie het rondje Noordeinde/Oostzanerveld voor meer informatie over deze kleine achtkanter. De route loopt in zuidelijke richting over de ringvaart van de Twiskepolder. Rechts is de bebouwing van Oostzaan zichtbaar, met soms indrukwekkende optrekjes, en overal zijn bootjes aangemeerd. Links ligt de ringdijk van de polder met daarin recreatiegebied ’t Twiske. Blijf de ringvaart volgen, wat links aanhoudend, en ga onder de brug van de hoofdtoegangsweg van ’t Twiske door. Vaar langs twee kleine eilandjes en bereik de Twiskemolen.

De Twiskemolen is een poldermolen oftewel molengemaal en oorspronkelijk gebouwd rond 1541. Het is een rijksmonument en heeft heel lang de Hooglandspolder drooggemalen. In 1938 werd hij zwaar beschadigd en later afgebroken. In 1974 is de molen herbouwd op de huidige locatie. Hij helpt met het op peil houden van het waterniveau in de Twiskepolder, dat zo’n anderhalve meter lager ligt dan dat van de Polder Oostzaan. De hoofdbemaling gebeurt middels een elektromotor. In 2016 werd de molen zwaar verminkt door een krachtige storm en verloor hij zijn wieken.  Gelukkig was twee jaar later de schade geheel hersteld. Als je vlak langs de molen vaart kan je de wateruitlaat zien en mogelijk wat stroming.

De route gaat verder en komt bij de Luijendijk en de Luijendijksluis. De dijk stelt niet zoveel voor, een “lui” dijkje, maar heeft een belangrijke functie. Sinds 1589 scheidt deze dijk de polder Oostzaan van Waterland.  Waterland was groot en het was niet eenvoudig voor de ingelanden, de eigenaren van de grond, het eens te worden over de gewenste waterstand. Dankzij het dijkje werden Oostzaan en buurgemeente Oostzaandam zelfstandig. Ook Purmerland hoorde oorspronkelijk bij de polder Oostzaan.

Foto van Twiskemolen. F.L.Snijders
Twiskemolen

De aanleg van de dijk blokkeerde echter wel het verkeer, dat toen grotendeels over het water ging. Op meerdere plaatsen werden er derhalve overtooms of overhalen aangelegd. Daar werden de bootjes over de dijk getrokken. In 1834 werd er een echte schutsluis aangelegd, de ‘Luyendijksluis’. Oorspronkelijk van hout en vanaf 1907 in steen uitgevoerd. De bediening van de sluis en het innen van de schutgelden werden verpacht en de sluiswachter met zijn familie woonde in het ernaast gelegen huisje. Tegenwoordig is het een zelfbedieningssluis, open van 8 tot 8 tijdens het vaarseizoen. Vanaf de sluis begint een aantal andere vaarroutes die op deze site beschreven zijn, zoals naar het Ilperveld, Varkensland en Broek in Waterland. Wie de sluis wil proberen drukt op de knop en vaart de sluiskolk binnen als er alleen groene lichten branden. Het is verder op dit punt ook mogelijk zuidwaarts de historische route naar de Oostzaansche Overtoom te volgen, zie hieronder en op de kaart.

Vanaf de sluis wordt over de grote Zuidwestplas gevaren. Aan de andere kant van de plas aangekomen is het misschien even zoeken naar de ingang van de Zussensloot. Gebruik de Google-Maps versie van de route in geval van twijfel. Nabij het einde van de Zussensloot ligt meestal links een klassiek plat landingsvaartuig met klep. Koeien, schapen, kleine tractor, hooi, alles past erop! Aan het eind van de sloot wordt een beroep gedaan op stuurmanskunst. Rechtsaf, linksaf, heel voorzichtig onder het lage bruggetje door met direct een haakse bocht naar rechts en meteen weer links. Tussen de bosjes gekomen gaat het rechtdoor en wordt de wat brede Kolksloot opgevaren. Hier is het sterke contrast zichtbaar tussen het beeld van de prachtige eilandjes met een enkele koe en wat vogels van het oude ontgonnen veenlandschap met dat van het moderne landschap met snelweg, industrieterrein en hoogspanningsmasten.

Via een tunneltje passeert de route een benzinestation. Hier kan aangelegd worden en proviand ingekocht. Hierna het eerste bruggetje rechts nemen waarna de route loopt tussen de snelweg en een van de uitbreidingsgebieden van Oostzaan. Een parkachtig stukje. Na korte tijd is er links een lange tunnel zichtbaar. Dit is het begin (of het einde) van de route over de Watering, zie hierboven. Voorbij de tunnel gaat de route de eerste sloot rechts en voert door een uitbreidingsgebied uit de jaren ’90. De achtertuinen van de bewoners liggen aan de sloot en aan bootjes geen gebrek. Vlak voor de brug van het Zuideinde ligt rechts het voormalig Weeshuis van Oostzaan. Beroepsrisico’s waren vroeger hoog, vooral in de scheepvaart, infecties waren vaak dodelijk en ook het kraambed had risico’s. Er waren derhalve veel wezen.

Het huis was oorspronkelijk een buitenhuis, gebouwd in 1695. Dit jaartal is op de voordeur nog zichtbaar. Later werd het gekocht door Oostzaan en verbouwd tot weeshuis.

“Weesjongens zullen bij geschikte werkbazen nuttige ambachten of handwerken aanleren, ten einde alzoo tot eene maatschappelijke betrekking te worden opgeleid en in staat te geraken om, na het verlaten van het Weeshuis, zelf in hun onderhoud te voorzien. De meisjes zullen onder toezicht der Regentessen in vrouwelijke handwerken en huishoudelijke bezigheden geoefend en aldus zooveel mogelijk tot bekwame en geschikte linnen- en wollennaaisters of dienstboden opgeleid worden.”

Weeshuis

 Boven de deur van het bijgebouw zijn de beeltenissen van een jongen en een meisje zichtbaar die “met dankbaarheid” vertrekken, met het wapen van Oostzaan ertussen in en het jaartal 1713. De laatste wees vertrok in 1942. Een van de wezen, David Teer, heeft het uiteindelijk geschopt tot Burgemeester van Zaandam.

Aan de andere kant van de brug ligt rechts het voormalig Polderhuis. Het is gebouwd in 1925 ten behoeve van het bestuur van de Polder Oostzaan in de strakke stijl van de Amsterdamse School, met haakse hoeken. Het schuine dak is later geplaatst. De tegenwoordige bestemming is woonhuis. Iets doorvarend wordt weer de ringvaart van de Twiskepolder bereikt.

Twiske en Luyendijk met traankokerijen. Naar Adriaan Salm, 1700
Tekening van traankokerijen aan het Twiske en de Luijendijk. Naar A.Salm, 16xx
Twiske, Luyendijk, traankokerijen. Naar A.Salm, 1700

6.  De Oostzaansche Overtoom

Vanaf de Luijendijksluis kan zuidwaarts het oude stroompje het Twiske worden gevolgd. Links vaart men langs nieuwbouw van Landsmeer en het fietspad naar de Twiskepolder dat over de Luijendijk loopt. Rechts liggen nog wat eilandjes met weiland van Oostzaan. Vanaf de brug onder de ringweg varen we in de gemeente Amsterdam. Wat nu de Kadoelen en Oostzanerwerf heet was vroeger gewoon Landsmeer en Oostzaan. Het Twiske was de grens tussen deze twee “bannes” die doorliep tot aan de zeedijk langs het IJ. Daar was een overtoom oftewel overhaal waar schepen over de dijk werden getrokken en later ook een schutsluis. Aan de kant van het IJ was een werf voor de overslag van goederen en de reparatie aan (zee)schepen.

Er was veel handel en activiteit en de Oostzaansche Overtoom ontwikkelde zich tot een bedrijvig centrum. Via het Twiske werd melk uit de regio naar Amsterdam gevaren en de zeevaart bracht hout, graan en walvissen. Uit de blubber van walvissen werd olie gewonnen, o.a. voor verlichting. Dit ging middels koken en dat verspreidde een vreselijke geur en vervuilde het water. Deze overlast moest jaarlijks worden afgekocht. Op de tekening van de Polder Oostzaan van Leupenius uit 1693 en de tekening van Salm(zie hierboven) is goed te zien hoe langs het Twiske een aantal van deze kokerijen waren gevestigd, vooral aan de kant van Oostzaan

Bruggetje Zuideinde/Oostzanerdijk, 2019 2020
Bruggetje Zuideinde/Oostzanerdijk, 19xx, Zwart/wit foto 1920
Brug Zuideinde bij de Oostzaansche Overtoom

Het hout dat bij de overtoom werd aangevoerd werd gebruikt voor de scheepsbouw en het graan werd vervoerd naar de stijfselmakerijen langs de Roemersloot (zie route #1 Noordeinde/Oostzanerveld).

Tot 1406 zal het Twiske nog wat verder naar het zuiden doorgelopen hebben want tot dat jaar lag de zeedijk een stuk verder richting het IJ. Maar een grote storm deed de dijk bezwijken en sloeg een groot stuk land van Oostzaan weg.

Oostzanersluis gezien vanaf het zijkanaal, J. Olie

De doorbraak is toen aan de landzijde gedicht en dit verklaart het huidige kronkelige verloop van de dijk. Een eeuw later begaf ook deze dijk het aan de Landsmeer kant van de Overtoom en werd de Wilmckebreek gevormd, nu het mooiste poldertje uit de omgeving.

De Overtoom is tegenwoordig niet meer herkenbaar, behalve aan de knik waar de Landsmeersdijk overgaat in de Oostzanerdijk. De Oostzanersluis, afgebeeld op de foto, is in 1966 opgevuld en rijdend over de dijk zie je er niets meer van.

Het laatste deel van de route langs de oude zeedijk is erg smal. Na het zeer fraaie oude bruggetje van het Zuideinde komt men in een kleine plas, een voormalige dijkdoorbraak, waar aan de struiken nog net te zien is waar de sluis eens tussen de huizen in de dijk lag. Vroeger kwam op deze plas ook de langs het Zuideinde gelegen wegsloot of gouw uit, maar die is in 1961 gedempt. Op de oude foto van het bruggetje hierboven is de sloot nog te zien. Het is onzeker of het laatste stukje van de route geheel vrij van troep is, dus vaar voorzichtig

Oostzaansche Overtoom, Leupenius, 1693
Kaart van de Oostzaander Overtoom uit het kaartboek van Leupenius uit 1693
Oostzaansche Overtoom, Leupenius 1693
Pieter C. Brouwer, Oostzanerveld
Foto van Pieter C. Brouwer: twee grauwe ganzen on een roze hemelgloed
Pieter C. Brouwer, Oostzanerveld

Ontwikkeling Oostzaan op oude topografische kaarten: 1850-heden:

Topografische kaart 1850

Topografische kaart 1900

Topografische kaart 1950

Topografische kaart 1975

Topografische kaart 2000

Toelichting
Met dank aan het Gemeentearchief Zaanstad, het Waterlands Archief, het Utrechts Archief, het Rijksmuseum, het Kadaster/Topotijdreis, OpenTopo.nl, Wikipedia, Wikimedia en Joop Giesendanner/Oudheidkamer Oostzaan